Het leukste aan constructeur zijn vind ik de afwisseling van het maken van berekeningen met het overleggen en overtuigen van ontwerp- en bouwpartners en klanten. Ik kan genieten van een dag op kantoor waarop ik de constructie van top tot teen heb kunnen doorrekenen. Maar ik kom ook tevreden thuis als ik een dag in overleg ben geweest met klanten en we in diepgaande discussies tot de optimale oplossing voor een bijzonder gebouw zijn gekomen. Die ik daarna weer lekker kan doorrekenen. Bovendien vind ik het fantastisch dat ik met een concreet gebouw bezig ben. Je ziet het ontstaan in het proces, eerst op tekening, daarna in het echt. Je kunt het aanraken en mensen kunnen er in wonen en werken.
–
–
Iedereen die enthousiast wordt van het vinden van een goede constructie, van het uitpuzzelen van een complexe berekening en van het in detail uitwerken van een mooie oplossing, is gemaakt voor dit vak. De vakman en vakvrouw als constructeur. We hebben ze dan ook hard nodig in de maatschappij. Als we voldoende willen kunnen bouwen, moeten we goede constructeurs enthousiasmeren, opleiden en behouden in het vak. Dat is echter nog niet zo eenvoudig.
“Er gaat constructief talent verloren aan maatschappelijk gezien minder relevante functies dan die van constructeur”
De laatste jaren heb ik meerdere collega’s zien vertrekken uit het vak. Overgestapt naar ontwikkelaars, gebouweigenaren, aannemers en bouwmanagers. Daar worden constructeurs aangenomen, die vervolgens geen sommen meer maken, maar projecten gaan managen. Vanuit die partijen snap ik het wel. Constructeurs zijn slimme lui die elke organisatie beter maken. Maar hoewel ik iedereen het geluk gun in een passende baan, vind ik dit toch irritant. Er gaat constructief talent verloren aan, in alle bescheidenheid, maatschappelijk gezien minder relevante functies dan die van constructeur. En natuurlijk, die partijen hebben we ook nodig. Er is immers een tekort aan woningen en aan handjes in de bouw. Maar de realiteit is dat veel van deze talenten in een onnodige managersrol terechtkomen en nauwelijks een concrete bijdrage leveren aan het tot stand komen van gebouwen. Waar bij aannemers steeds minder mensen werken die de handjes uit de mouwen willen steken, lopen we bij ingenieursbureaus het risico dat er steeds minder mensen komen die modellen, berekeningen en ontwerpen willen maken. Het wordt als sexy ervaren om je bezig te houden met trainingen voor strategie, communicatie, samenwerking, kwaliteitstools, optimalisatietools, leiderschapsoefeningen en om aan DISC-sessies mee te doen. Leuk als bedrijfsuitje, maar naar mijn idee verder een zinloze tijdsbesteding. Soft skills leer je in het vak, niet in een ronde kring met leeftijdsgenoten.
Ik zie twee punten waar we wat aan moeten veranderen:
- De managersrol wordt dynamischer en veelzijdiger gevonden dan het constructeurschap.
- Er is een gebrek aan (bouw)kennis bij constructeurs (overigens ook bij opdrachtgevers en aannemers), waardoor men zoekt naar houvast bij partners.
“Laat je zo weinig mogelijk afleiden door onnodige, niet-concrete (management)taken”
Voor constructeurs heb ik een concreet voorstel om dit te verbeteren. Op het HBO en op de TU zijn stages in de bouw afgeschaft of op zijn minst ongebruikelijk geworden. Als gevolg hiervan moeten we jonge mensen opleiden in het vak. Daarom stel ik voor dat we een verplichte bouwstage invoeren voor constructeurs. Wat als alle werkzame constructeurs een dag per week in de bouw moeten werken? Bij voorkeur als timmerman en -vrouw, of anders in de werkvoorbereiding. Ik durf te wedden dat door wat ze daar leren, ze uiteindelijk in die andere vier dagen meer werk verzetten dan voorheen in de vijf dagen. Simpelweg omdat ze beter weten wat ze doen. En als je dit te ambitieus vindt, laten we er dan op zijn minst voor zorgen dat de jonge constructeurs wekelijks op de bouwplaats komen. Je kunt het opleidingsbudget van de mensen niet beter besteden.
De verbetering van bouwkennis en nauwere samenwerking tussen uitvoering en constructeurs betaalt zich uit in meer veiligheid, meer dynamiek, meer zelfstandigheid van (jonge) constructeurs en uiteindelijk meer populariteit van het constructeursvak.
Al met al pleit ik voor resultaatgericht werken, waarbij het resultaat behaald wordt door concreet bij te dragen aan het gebouw. Laat je zo weinig mogelijk afleiden door onnodige, niet-concrete (management)taken. Bedenk elke week hoeveel tijd je daadwerkelijk aan ontwerp, berekeningen en tekeningen hebt besteed. En dan roep ik je op om de overige uren te benutten om de bouwplaats te bezoeken, ervoor te zorgen dat je leert van het bouwproces en de uitvoering helpt om de bouw soepel te laten verlopen. Of ga een cursus volgen, niet voor soft skills, maar waar je inhoudelijk wordt bijgeschoold.
Meer van Cement
Ga naar Cement voor meer columns van de Constructeur van het Jaar. Klik hier om het magazine van Cement te lezen.

ir. Rob Doomen RO
45 jaar
werk
2010 – heden: partner van Pieters
2003 – heden: constructeur bij Pieters
opleiding
1998 – 2004: TU Delft
Civiele Techniek, Mechanica en Constructies + Bouwtechniek en Bouwproces
Deel deze pagina
Meer weten over dit onderwerp?
![]() | Frank Kaalberg |

