“Je constructeursgevoel moet zich nog verder ontwikkelen.” Het is een typische zin van een senior constructeur tegen een startende collega. Goed bedoeld, maar ook vaag. Want wat is dat constructeursgevoel nou eigenlijk precies?
–
–
Is het zonder te rekenen weten dat een bepaalde overspanning met een bepaalde belasting een IPE300 vereist? Of aanvoelen welke wapening en vloerdikte nodig zijn voor een bepaalde momentcapaciteit? Dat lijkt vaak het beeld, maar voelt als een te beperkte uitleg.
Je zou kunnen zeggen dat het constructeursgevoel juist zit in maakbaarheid. Het rekenmodel dat je opstelt moet zich uiteindelijk vertalen naar een constructie die ook echt gebouwd kan worden. Daar zit het verschil tussen een kloppend model en een goed ontwerp. Of is het nog fundamenteler? Gaat het om logisch nadenken? Een vorm van boerenverstand toegepast op constructies?
Een adviseur gebruikte ooit de metafoor van een deurklink. Wanneer je die klink naar beneden drukt, zet je krachten op de deur. Die gaan via de scharnieren naar het kozijn, vervolgens naar de wand en uiteindelijk naar de vloer. Een eenvoudige, goed te volgen keten, maar wel een waarin elk onderdeel een rol speelt. Als ergens in die keten iets niet klopt, heb je een probleem.
Het kunnen volgen van die krachten en het begrijpen van die samenhang komt misschien dichter in de buurt van wat we constructeursgevoel noemen. Niet het gokken van een profielmaat, maar het zien van het geheel.
” De uitvoering is misschien wel het echte tentamen van je werk”
En is het iets wat je op een gegeven moment ’hebt’? Of is het meer een reis die je maakt gedurende je carrière? Waarschijnlijk dat laatste.
Constructeursgevoel ontwikkel je door vlieguren te maken. Door projecten te doen, door fouten te maken en door te zien wat er in de praktijk gebeurt. Daarbij is er een duidelijk verschil tussen wat je op kantoor leert en wat je buiten leert. Niet voor niets hoor je vanuit de uitvoering wel eens: “Jij komt nooit buiten”. Een ongemakkelijke opmerking, maar vaak wel terecht. Als constructeur word je vooral theoretisch opgeleid. Het praktische aspect moet je later zelf ontwikkelen.
De uitvoering is misschien wel het echte tentamen van je werk. Je krijgt geen cijfer, maar wel direct feedback. Dingen die niet passen, details die anders uitpakken dan gedacht, oplossingen die in de praktijk net niet werken. Dat zijn de momenten waarop je leert.
Dat praktijkgevoel kun je ook op andere manieren ontwikkelen. Door zelf iets te bouwen bijvoorbeeld. Dat kan zo simpel zijn als het maken van een kast. Je merkt dan direct dat maatvoering, toleranties en bouwvolgorde geen details zijn, maar bepalend voor of iets lukt of niet.
In die zin is het bouwproces schaalbaar. Of je nu een meubel maakt of een gebouw ontwerpt, je probeert vooraf te bedenken waar het mis kan gaan en dat in je ontwerp te ondervangen. Hoe vaker je dat doet, hoe beter je wordt in het herkennen van mogelijke problemen.
Het goed afkaderen van wat constructeursgevoel precies is, laat zien hoe breed het vak van constructeur eigenlijk is. Het vak vraagt veel. Veel kennis, veel verantwoordelijkheid en een lange leercurve. Tegelijkertijd is er nauwelijks zij-instroom. Je wordt niet zomaar constructeur door een paar avondcursussen te volgen als je uit een andere sector komt. Dat maakt het vak sterk, maar ook kwetsbaar.
We leiden onze eigen mensen op, maar zien dat een deel van de jonge constructeurs weer uitstroomt.
” Als we blijven verwachten dat constructeursgevoel vanzelf ontstaat, terwijl iemand vooral achter een scherm zit, maken we het onszelf heel moeilijk”
Misschien moeten we onszelf de vraag stellen of we het vak wel op de juiste manier inrichten. Als we blijven verwachten dat constructeursgevoel vanzelf ontstaat, terwijl iemand vooral achter een scherm zit, maken we het onszelf heel moeilijk.
Misschien ligt de oplossing niet in nóg beter rekenen, maar in breder opleiden. Meer aandacht voor uitvoering, meer contact met de bouw en meer ruimte om het geheel te leren begrijpen.
En misschien moeten we ook eerlijk zijn over de term zelf. ‘Constructeursgevoel’ klinkt alsof het iets vaags is. Iets wat je hebt of niet hebt. Terwijl het in werkelijkheid gaat om opgebouwd inzicht. Ontstaan door te doen, te zien en te begrijpen.
Misschien is ‘constructeur’ zelfs niet de beste benaming. Misschien zijn we eerder bouwmeesters. Mensen die niet alleen rekenen, maar ook overzien hoe iets tot stand komt. En in dat geval hebben we het niet over constructeursgevoel, maar over bouwmeestersgevoel.

ir. Rayaan Ajouz
33 jaar
Werk
2024 – heden: Constructeur Witteveen + Bos
2019 – heden: Digital Accelarator, Bouwen met Staal
2019 – 2024: Constructeur, ABT
Opleiding
2011 – 2018: TU Delft
Bouwkunde, Civiele Techniek, Building Engineering
Deel deze pagina
Meer weten over dit onderwerp?
![]() | Frank Kaalberg |

