Hout op schaal: “Hout kan wel 100 jaar meegaan, als je het goed ontwerpt”

Hout vindt steeds vaker zijn weg naar grootschalige infrastructuur. Voor constructeur en keynote spreker Lukas Osterloff (Ingenieurbüro Miebach te Duitsland) is dat allang geen experiment meer. Op de Dag van de Constructeur laat hij zien: “Hout is een uitstekend constructiemateriaal voor infrastructurele projecten, mits het goed wordt beschermd tegen weersinvloeden.” Daarmee wil hij zowel opdrachtgevers als vakgenoten overtuigen van het potentieel van hout.

Van een brug in Zwolle tot de Olympische spelen in Parijs en het station Assen: het zijn herkenbare werken van Osterloff en zijn team. Sinds 2005 specialiseert zijn bureau zich in houtconstructies voor infrastructuur, een niche die nog altijd vrij uniek is. “Wij richten ons op houtconstructies in de infrastructuur,” vertelt hij, inmiddels met bruggen langer dan 100 meter.

Beschermen in plaats van behandelen

Die ontwikkeling begint bij een fundamenteel andere manier van denken over duurzaamheid. Europese houtsoorten zijn van nature minder bestand tegen langdurige blootstelling aan weer en wind. “In de jaren ’80 en ’90 vertrouwde men te veel op chemische bescherming. Dat is niet de juiste aanpak.”

“Onze regel is simpel: hout mag in het zicht zijn, “maar het moet altijd worden beschermd tegen weersinvloeden.” In de praktijk betekent dat dat dragende houten delen altijd worden beschermd met een dek, dak of bekleding. Bijvoorbeeld door een dun laagje van beton, legt hij uit. “We zijn eigenlijk teruggegaan naar heel traditionele methoden.”

CO₂-opslag en levensduur

Hout speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de bouw, maar alleen als het lang meegaat. “Hout is het enige bouwmateriaal dat daadwerkelijk CO₂ opslaat.” In één kubieke meter hout ligt ongeveer één ton CO₂ vast. Maar dat voordeel geldt alleen bij voldoende levensduur. “Als een houten brug maar 25 tot 30 jaar meegaat, helpt dat niet.” Daarom wordt vaak gekozen voor hybride oplossingen. “Als je hout direct blootstelt, gaat het minder lang mee,” legt hij uit. “Dat dek werkt in feite als een dak dat het hout beschermt tegen de elementen.”

Economisch concurreren

Die ontwerpfilosofie maakt grotere projecten mogelijk. Zo werkt Osterloff aan een verkeersbrug van meer dan 140 meter in Zuid-Duitsland. Opvallend is dat hout ook economisch kan concurreren. “De voorwaarde was dat de houtoplossing niet meer dan 10 procent duurder mocht zijn dan beton. Uiteindelijk bleek het zelfs goedkoper.”

Samen ontwerpen

Binnen projecten vervult Osterloff vaak de rol van verbindende ontwerpmanager. “Het gaat niet alleen om constructie en niet alleen om ontwerp. Je moet die vanaf het begin integreren.” Dat begint al in de eerste fase. “Bij houtconstructies moet je het ontwerp vanaf het begin de juiste richting op sturen.” Daarbij speelt ook het materiaalgedrag een rol. “Hout gedraagt zich anders.” Dat vraagt om andere ontwerpkeuzes.

Tegelijkertijd neemt met de schaal ook de complexiteit toe. Waar staal en beton voor veel partijen bekend terrein zijn, vraagt hout om een andere benadering. “Veel bedrijven kennen beton en staal, maar hout moet echt anders worden benaderd,” legt hij uit. Dat betekent dat hij in projecten ook een begeleidende rol heeft: het meenemen van andere partijen in hoe je met hout ontwerpt en bouwt.

Vertrouwen opbouwen

Een belangrijke uitdaging ligt volgens Osterloff in de perceptie van hout. Opdrachtgevers zijn vaak nog terughoudend als het gaat om hout in infrastructuur. “Een groot deel van het proces is om het vertrouwen van de opdrachtgever in hout te winnen.” Om dat vertrouwen te versterken, neemt zijn bureau opdrachtgevers soms letterlijk mee op pad. “We hebben opdrachtgevers meegenomen naar Duitsland om bestaande bruggen te laten zien die al tientallen jaren in gebruik zijn.” Zo wordt zichtbaar dat hout, mits goed toegepast, een lange levensduur kan hebben.

Nederland en Duitsland

Volgens Osterloff ligt er een interessante wisselwerking tussen landen. “De Nederlandse markt staat veel meer open voor nieuwe ideeën.” Tegelijkertijd is de kennisbasis in andere landen sterker. “In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland zijn de regels voor hout verder ontwikkeld.” Die combinatie biedt kansen: “Wij kunnen technische kennis delen en leren van de open houding in Nederland.”

Toekomst van hout

Met zijn keynote wil Osterloff vooral laten zien wat er mogelijk is. “Ik wil laten zien welke variatie en schaal we kunnen bereiken met hout in de civiele techniek.” Maar hij plaatst daar ook een duidelijke kanttekening bij. “Er is ook een manier om dit verkeerd te doen.”

De ambitie is helder: “Het doel is om goed ontworpen en beschermde houtbruggen en infrastructuur te maken met een ontwerplevensduur van 100 jaar.” Alleen dan kan hout uitgroeien tot een volwaardig alternatief binnen de infrastructuur.

Kom jij ook naar de Dag van de Constructeur?

Wil jij de keynote van Osterloff komen beluisteren? En natuurlijk ook de andere sprekers en activiteiten tijden de Dag van de Constructeur bijwonen?  Bestel hier alvast de kaartjes.

Deel deze pagina

Meer weten over dit onderwerp?

Scroll naar boven