“Normontwikkeling is traag, maar stilstand is geen optie”

Aan tafel waar de regels worden gemaakt (deel 2)

Waar in de eerste aflevering over de invloed van VNconstructeurs op de NEN-commissies Mark Verbaten vertelde over zijn rol binnen de betoncommissie, schuiven we dit keer aan bij Harrie Vekemans. Hij is metselwerkspecialist en sinds 2020 vertegenwoordiger van VNconstructeurs in de NENcommissie TGB Steenconstructies. Deze commissie houdt zich bezig met de nationale bijlagen en praktijkrichtlijnen voor metselwerk, een onderdeel waar verrassend weinig constructeurs zich nog écht in specialiseren.

“VNconstructeurs had binnen de commissie Vakmanschap niemand met voldoende metselwerkkennis,” vertelt Vekemans. “Toen ze mij vroegen, was ik nog geen lid. Maar als een branchevereniging aangeeft dat ze niemand kunnen vinden, dan vind ik dat je verantwoordelijkheid moet nemen. Anders blijft die stoel leeg.”

Geen vrijblijvende bijzaak

Vekemans runt een klein bureau met drie medewerkers. Deelname aan een normcommissie is dan geen vrijblijvende bijzaak. “De belasting is groot. Je betaalt lidmaatschap, VNconstructeurs betaalt ook nog een bijdrage aan NEN, en ondertussen doe je al het inhoudelijke werk onbezoldigd. Grote bureaus kunnen dat makkelijker opvangen. Bij ons voel je dat direct,” legt hij uit. Toch maakt Vekemans er bewust tijd voor. “Normen vormen de basis van constructieve veiligheid. Als je als sector niet meedenkt, dan doen anderen dat, en dan is de praktijk van de constructeur niet vanzelfsprekend meegenomen.”

De praktijk aan tafel brengen

Die praktijkervaring is precies waarom VNconstructeurs Vekemans vroeg toe te treden tot de commissie. “Normen ontstaan niet in een vacuüm,” zegt Vekemans. “Als je ziet dat iets in de praktijk schuurt, dan moet je dat inbrengen tijdens de commissievergadering.” Soms wordt het dan een agendapunt voor de Eurocodes, maar meestal hoort het onderwerp thuis in de nationale bijlage of in de Nationale Praktijkrichtlijn (NPR). “De Eurocodes zelf veranderen namelijk nauwelijks,” gaat Vekemans verder. “Het is een traag instrument. Er zijn zoveel processen waar elke verandering en beslissing langs moet. Bij metselwerk verandert de basis momenteel eigenlijk niet. In tegenstelling tot bijvoorbeeld beton bevat de nieuwe internationale Eurocode 6 geen grote aanpassingen, dat moeten we voornamelijk landelijk regelen.”

Buitenbladen

Een concreet voorbeeld van een belangrijke verandering in Nederland, is de trend om dunnere buitenbladen te construeren. “In Nederland willen we naar het gebruik van 65 mm bladen toe, omdat dat gunstig is voor de CO2 uitstoot, maar de Eurocode is daar niet op ingericht. Daarom staat het nu in de NPR 9096‑1‑1. Dat geeft constructeurs houvast.”

Een ander onderwerp dat momenteel veel aandacht krijgt, is de interactie tussen gevelmetselwerk en diverse achterconstructies, zoals CLT of staal. “De praktijk verandert. We bouwen steeds meer hybride. Maar de Eurocode is in basis nog gebaseerd op traditionele steenachtige binnenwanden. Dat sluit niet meer aan.” Binnen de werkgroep werken we nu aan een whitepaper over deze toepassingen. De hybride achter constructies worden in de praktijk al gebruikt, maar er is nog weinig over bekend. Die whitepaper kan uiteindelijk leiden tot aanvullingen in de NPR of de nationale bijlage.

Vooruitkijken

De nieuwe Eurocodes worden naar verwachting in 2027 gepubliceerd, inclusief Nederlandse vertaling en nationale bijlagen. “Die bijlagen moeten vóór publicatie klaar zijn. We beginnen dit jaar met het uitwerken ervan, de eerste stukken moet ik nog krijgen,” vertelt Vekemans. Na publicatie ligt volgens hem de bal weer bij de praktijk. “De commissie gaat niet reviewen hoe de nieuwe regels werken. Dat moeten vooral de gebruikers signaleren. Als er iets misgaat of niet klopt, dan komt dat vanzelf terug bij NEN of bij de commissieleden.”

Gemotiveerd

Ondanks de traagheid van het proces blijft Vekemans gemotiveerd. “Er gebeurt echt wel wat. De NPR is verbeterd, constructeurs hebben betere handvatten. En als wij als VNconstructeurs daar een steentje aan kunnen bijdragen, dan moeten we dat doen.”

Wat hem vooral zorgen baart, is het gebrek aan onderzoek naar metselwerk. “De industrie is versnipperd en universiteiten of hogescholen hebben nauwelijks expertise of besteden er ook nauwelijks aandacht aan, terwijl metselwerk overal in Nederland voorkomt. Als we willen dat de normen blijven aansluiten op de praktijk, dan moet er geïnvesteerd worden,” stelt Vekemans vast. Hij vat het nog nuchter samen: “Normontwikkeling is traag, ja. Maar niets doen is geen optie.”

Lees meer

Lees deel 1 van ‘Aan tafel waar de regels worden gemaakt’ hier.

Deel deze pagina

Meer weten over dit onderwerp?

Scroll naar boven