Zichtbaar in normen en Eurocodes

Aan tafel waar de regels worden gemaakt

Normen zijn geen statische afspraken die voor altijd in beton gegoten liggen. Ze bewegen mee met nieuwe inzichten, nieuwe materialen en vooral ook nieuwe manieren van bouwen. Wat vandaag gangbaar is, kan morgen al achterhaald zijn. Daarom buigen normcommissies zich voortdurend over de vraag: sluiten onze regels nog aan bij de praktijk van nu en bij die van morgen? Juist in die actualisering van normen ligt een grote verantwoordelijkheid. Dat maakt het essentieel dat constructeurs niet pas reageren als nieuwe regels zijn gepubliceerd, maar al meedenken tijdens het ontstaan ervan. Dit is de eerste aflevering van een serie artikelen over de inbreng van VNconstructeurs in NEN-commissies.

“Normen vormen de ruggengraat van ons vak, daar moet je als sector bij betrokken blijven.”

Een van de leden die dat namens de vereniging doet, is Mark Verbaten. Hij is voorzitter van de werkgroep ‘Vakmanschap’ waar het thema regelgeving & normen onder valt en vertegenwoordigt de vereniging in de NEN-normcommissie TGB Betonconstructies. Een plek waar nationale en Europese regelgeving samenkomen en waar de praktijk van de constructeur nadrukkelijk gehoord moet worden.

Verbaten is senior specialist civiele techniek bij ABT en gespecialiseerd in het achteraf versterken van betonconstructies, onder meer met koolstoflijmwapening. Die praktijkervaring neemt hij dagelijks mee naar het normeringswerk. “Normen ontstaan niet in een vacuüm,” zegt hij. “Ze moeten aansluiten bij wat er buiten gebeurt: bij bestaande gebouwen, bruggen, renovatieopgaven en nieuwe materialen. Juist constructeurs weten wat werkt, waar risico’s zitten en wat de impact is van bepaalde keuzes.”

Brede afvaardiging

Binnen de NEN-commissie Betonconstructies komt een brede afvaardiging van de sector een aantal keer per jaar samen: constructeurs, opdrachtgevers, overheden en kennisinstellingen. Die mix is essentieel, benadrukt Verbaten. “Je probeert echt een goede afspiegeling van het veld te vormen. Want wat je hier besluit, werkt door in de hele Nederlandse bouwpraktijk.” De commissie houdt zich onder meer bezig met Eurocode 2, de Europese norm voor betonconstructies en vooral met de bijbehorende Nationale Bijlage. “De Eurocode zelf wordt Europees vastgesteld,” legt Verbaten uit. “Maar ieder land mag binnen bepaalde bandbreedtes nationale parameters bepalen. Die zogeheten Nationally Determined Parameters zijn cruciaal, omdat ze rekening houden met de Nederlandse praktijk.”

De impact is groot. Immers, een kleine wijziging in een formule kan betekenen dat constructies ineens zwaarder uitvallen, anders moeten worden berekend of zelfs niet meer voldoen bij herberekening. “Daarom is het zo belangrijk dat wij als constructeurs hier actief bij betrokken zijn.” De normen moeten telkens zoveel mogelijk aansluiten bij de huidige stand van de bouwpraktijk en techniek. Verbaten: “Regelgeving loopt altijd iets achter op de praktijk. Nieuwe materialen en technieken moeten zich eerst bewijzen voordat ze in normen terechtkomen.”

Koolstofwapening

Zo is volgens hem een goed voorbeeld het versterken van betonconstructies met FRP (vezelversterkte polymeren), zoals koolstofwapening. “Dit werd al twintig jaar geleden al toegepast, maar het was nog geen ‘proven technology’. Inmiddels is er zoveel onderzoek en praktijkervaring dat deze techniek nu wordt opgenomen in de nieuwe Eurocode.” Overigens leverde hij hier als Nederlandse afgevaardigde in een Europese werkgroep zelf een belangrijke bijdrage aan. “Het is bijzonder om je eigen vakinhoudelijke inbreng terug te zien in een Europese norm die in tientallen landen wordt gebruikt.”

Nieuwe Eurocodes betekenen niet automatisch strengere eisen. “Aanscherping is eigenlijk niet het juiste woord,” zegt Verbaten. “Het gaat vooral om betere voorspellingen.” Zo is bijvoorbeeld bij dwarskrachtberekeningen gebleken dat de huidige regels soms te conservatief zijn en soms juist te optimistisch. “Dat wil je allebei niet. In de nieuwe Eurocode is daarom gekozen voor een andere benadering, gebaseerd op nieuw onderzoek.” VNconstructeurs speelde hierin ook een actieve rol door kennissessies en workshops te organiseren over de aankomende wijzigingen. “Juist om leden alvast inzicht te geven in wat eraan komt, nog vóórdat de code definitief is.”

Vragen

De werkzaamheden van de normcommissie gaan verder dan alleen Eurocodes. Zo is de commissie verantwoordelijk voor de antwoorden op de vragen in ‘varce rubriek’ van Cement en kijkt zij mee met nieuwe CUR-richtlijnen die raken aan constructieve veiligheid. “Je kunt het zien als een vorm van kwaliteitsborging,” zegt Verbaten. “Als een richtlijn onvoldoende aansluit bij de Eurocode of onduidelijk is, dan gaat die terug naar de tekentafel.” Zelf was hij voorzitter van CUR-aanbeveling 127, over het toepassen van gebroken beton in nieuw beton. “Dat soort richtlijnen zijn belangrijk om innovatie mogelijk te maken, maar wel op een veilige en uniforme manier.”

Niet vrijblijvend

De inzet in normcommissies kost tijd, geld en energie. Deelname is overigens niet vrijblijvend: VNconstructeurs betaalt om aan tafel te mogen zitten, terwijl de inhoudelijke inzet grotendeels vanuit de leden zelf komt. “Het voelt soms wrang: je betaalt om te mogen werken,” zegt Verbaten met een glimlach. “Maar het alternatief is dat anderen bepalen hoe onze regels eruitzien.” En precies daar ligt volgens hem het belang. “Als VNconstructeurs wil je invloed hebben op hoe normen tot stand komen. Niet achteraf roepen dat iets niet werkt, maar vooraf meedenken. Zorgen dat regelgeving technisch klopt, uitvoerbaar is en aansluit bij de praktijk.” Om er na een korte stilte aan toe te voegen: “Normen vormen de ruggengraat van ons vak, daar moet je als sector bij betrokken blijven. Want als wij het niet doen, doet iemand anders het en dan is de praktijk van de constructeur niet vanzelfsprekend meegenomen.”

De volgende aflevering is een gesprek met Harrie Vekemans lid van TGB Steenconstructies.

Deel deze pagina

Meer weten over dit onderwerp?

Scroll naar boven