Johan Bolhuis pleit voor sterker Constructeursregister

De titel ‘constructeur’ is in Nederland niet beschermd. Iedereen mag zich in principe constructeur noemen en berekeningen indienen. Dat is opmerkelijk voor een beroep dat direct raakt aan de veiligheid van bruggen, gebouwen en infrastructuur, vindt Johan Bolhuis, oud-voorzitter van VNconstructeurs en voorzitter van de toetsingscommissie van het Constructeursregister. In een recent interview op de website van Stichting BV/BmS Opleidingen pleit hij daarom voor meer erkenning van het vak en een stevigere positie voor geregistreerde constructeurs.

“Constructieve veiligheid is geen toeval,” stelt Bolhuis. “Dus waarom mag in Nederland iedereen zich constructeur noemen?” Constructeurs werken volgens hem vaak buiten het zicht van het grote publiek, terwijl hun werk aan de basis staat van de veiligheid van onze gebouwde omgeving. Ze rekenen, analyseren en wegen risico’s af bij projecten variërend van woontorens en stations tot bruggen en viaducten. Zolang alles goed gaat, blijven ze op de achtergrond.

Juist daarom vindt Bolhuis het belangrijk dat vakbekwaamheid beter zichtbaar wordt. Het Constructeursregister is daarvoor bedoeld. In dit onafhankelijke register wordt de deskundigheid van constructeurs getoetst en vastgelegd. Bij toelating worden opleiding, ervaring en uitgevoerde projecten beoordeeld. Daarna moeten geregistreerden via permanente educatie aantonen dat zij hun kennis bijhouden. Elke drie jaar wordt dat opnieuw gecontroleerd.

“Het gaat niet alleen om rekenen,” zegt Bolhuis. “Je moet kunnen uitleggen wat je doet en waarom. Begrijp je echt wat er gebeurt in een constructie? En kun je je rol pakken in een project?”

Ondergewaardeerd vak

Volgens Bolhuis heeft het constructeursvak in Nederland nog altijd te maken met een vorm van onderwaardering. Dat heeft deels met cultuur te maken. “Generaliserend gezegd zijn constructeurs vaak wat introvertere types,” zegt hij. “Ze moeten opboksen tegen meer extraverte persoonlijkheden in uitvoering of management. Gelijk hebben is één, gelijk krijgen is twee.”

Daar komt bij dat de titel niet beschermd is. Een zeer ervaren constructeur en iemand met beperkte praktijkervaring kunnen juridisch in dezelfde positie zitten. “Dat vind ik lastig uit te leggen, zeker gezien de verantwoordelijkheid die bij het vak hoort.”

Schril contrast

Sinds de oprichting in 2010 telt het Constructeursregister inmiddels 429 Registerconstructeurs (RC), 84 Registerontwerpers (RO) en 22 Registertoetsers (RT). Dat aantal is een schril contrast met het geschatte totaal van ongeveer zevenduizend constructeurs in Nederland.  Volgens Bolhuis komt dat vooral doordat registratie niet wettelijk verplicht is. “Zolang opdrachtgevers het niet standaard vragen, blijft het voor veel professionals een vrijwillige stap. Je hoort vaak: ik weet zelf wel dat ik goed ben. Of: het kost tijd. Of: het wordt toch niet gevraagd. Maar het helpt de sector enorm als we vakbekwaamheid zichtbaar en toetsbaar maken.”

Wettelijke verankering

Bolhuis ziet wettelijke verankering van het register als een belangrijke stap vooruit. Ook zou het helpen als publieke opdrachtgevers standaard registratie vragen bij constructieve werkzaamheden. Maar uiteindelijk ligt er volgens hem ook een verantwoordelijkheid bij de beroepsgroep zelf. “Als je de ervaring hebt en je kunt het worden, waarom zou je het niet doen? Het laat zien dat je je vak serieus neemt en bereid bent te blijven leren. Constructieve veiligheid is te belangrijk om aan toeval over te laten.”

Meer lezen? Het volledige interview met Johan Bolhuis is te vinden op de website van Stichting BV/BmS Opleidingen. Klik hier voor het gehele interview.

Deel deze pagina

Meer weten over dit onderwerp?

Scroll naar boven